Onder de sneeuw

Gepubliceerd op 7 januari 2026 om 12:40

Buiten is alles wit. De wereld is stil op een manier die niet leeg voelt, maar helder. Alsof de sneeuw een zachte sluier over moeder aarde legt, waardoor haar schoonheid en zuiverheid alleen maar zichtbaarder wordt. Alles wat straks in de lente naar boven komt, ligt nu al te wachten onder dat wit, in rust, in stilte, in zichzelf.

Ik liep met mijn dochter door de sneeuw. Zij naast me, langer dan vorig jaar, steviger in haar passen. Ik zie de mooie jonge vrouw die ze aan het worden is. Soms zoekt ze mijn hand, soms trekt ze die los omdat ze het zelf wil doen.

Ik kijk naar haar en zie sporen van mezelf terug. Ik zie haar gevoeligheid die ze soms verstopt. Haar kracht. Haar “ik kan het zelf wel”, dat me herinnert aan hoe ik ooit leerde dat sterk zijn belangrijker was dan voelen. Groot zijn. Zelfstandig zijn. Niet te veel vragen. Niet te veel ontvangen.

Ik ben opgegroeid tussen vrouwen; mijn moeder, mijn zus en ik. En toch was vrouwelijkheid geen zachte plek. Ik leerde vrouwelijkheid vooral kennen als verantwoordelijkheid; dragen, zorgen, doorgaan.

En daar, in de sneeuw, voel ik weer iets van die oerkracht die vrouwen dragen. Niet de kracht die naar buiten duwt, maar de kracht die naar binnen beweegt. De kracht die leven kan dragen. Die kan ontvangen. Die kan voelen zonder te breken. Die kwetsbaarheid niet ziet als gevaar, maar als toegang tot iets echts.

Mijn dochter laat me zien waar ik zelf nog mag openen. Waar ik nog te veel geef. Waar ik nog te weinig ontvang. Waar ik mezelf bescherm terwijl dat niet meer nodig is. En ook wat ik haar misschien heb doorgegeven, en wat ik nu aan het loslaten ben.

Vrouw zijn… Het is geen rol. Geen vorm. Geen lijstje. Het is iets wat je terug kan vinden, laag voor laag, in jezelf, in onze moeders, onze dochters en in de vrouwen om ons heen. In de zuiverheid van een winterochtend, waarop de aarde alles even stillegt, zodat je kunt zien wat er al is.